Hoe zou het nog zijn met .... professor Willem Van Cotthem?

16/05/2023 - 08:38

In 2023 bestaat TerraCottem 30 jaar. De ideale gelegenheid om enkele sleutelfiguren in de geschiedenis van de firma in het voetlicht te plaatsen. En natuurlijk denken wij daarbij in de eerste plaats aan onze "Founding Father" professor Van Cotthem. We mochten bij hem op bezoek gaan in Zaffelare. We hadden een heel leuke babbel met de uitvinder van onze bodemverbeteringstechnologie.

Dag professor.

Dag Davy.

Hoe is het met u? Dat is mijn eerste en misschien wel de belangrijkste vraag.

De gezondheid gaat goed.

Lang geleden dat we elkaar gezien hebben.

Zeer lang... te lang.

Ja, dat is waar. Hoe lang ben je intussen in pensioen, professor?

Ik ben in pensioen gegaan in 1994, dus bijna 30 jaar.

Dat was het jaar waarin ik begon te studeren: we hebben elkaar dus net gemist. Maar we hebben elkaar daarna wel leren kennen.

Inderdaad.

Bekijk hier het volledige interview:

Functionele Facebookgroepen

Waar ben je nu zoal mee bezig?

Ik breng vele uren aan mijn computer door, omdat ik verschillende Facebookgroepen opgericht heb.

Je weet dat ik jarenlang door het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking aangeduid ben, als vertegenwoordiger van de wetenschappers in de strijd tegen de verwoestijning, tegen de desertificatie.

Toen ik als afgevaardigde vervangen werd door Professor Gabriels, heb ik natuurlijk mijn werk, van die 14 jaar dat ik afgevaardigde geweest ben, heb ik dat verder gezet op de computer: namelijk zoveel mogelijk informatie inwinnen over praktische mogelijkheden om de desertificatie tegen te houden. Dus ook bijvoorbeeld om bij te dragen tot het afstoppen van de opwarming van de aarde. Door het planten van bomen en struiken. Door het groen maken van verwoestijnde droge terreinen. Enz.

Dus een soort inventarisatie van allerlei methodes die er bestaan?

Alles wat in de literatuur verschijnt over middelen, technieken, methoden, die gebruikt worden om de desertificatie af te stoppen: die bracht ik dus samen op een website, omdat ik ervan uit ging, dat heel veel mensen die met de strijd tegen desertificatie bezig waren, dat die allemaal aan het zoeken waren op het internet naar mogelijke oplossingen.

En die oplossingen, die ik ondertussen gevonden had, werden samen gebracht op een website. Zodanig dat heel veel mensen gewoon naar die website konden gaan en zeggen: "Ah, daar is iets verschenen". Dan konden ze daar gaan lezen.

Bestaat die website nog?

Dat bestaat nog altijd: www.desertification.wordpress.com.

En toen ik dus geen afgevaardigde meer was, heb ik dat aangevuld met succesrijke praktijken om de desertificatie af te stoppen.

Dus een tweede website, een Facebookgroep eigenlijk, waarbij dus zeer specifiek naar succesvolle methoden verwezen werd:

Waarom heb ik dat gedaan?

Omdat tijdens de onderhandelingen die we hadden voor de UNO conventie, er altijd sterk werd aangedrongen op: we zouden moeten de succesvolle praktijken op grotere schaal toepassen. En niet enkel als er ergens in een bepaald land een goede praktijk succesvol werd uitgetest zeggen: "Bravo, je hebt succes gehad!"

Maar wat doet je daar dan mee? Waarom gaat die methode dan niet universeel toepast worden?

Om dat dus te stimuleren, bracht ik succesverhalen samen. Zodanig dat daaruit eventueel kon gekozen worden, in de verschillende landen: “Wat kunnen wij daar nu mee doen?

Toen mijn vrouw dus dat herseninfarct heeft gehad, en ik dus geen demonstratieprojecten meer kon gaan opzetten voor TerraCottem - dus hier aan huis gebonden was - heb ik gezocht naar een methode, zonder dat ik een project zou moeten gaan opzetten in een of ander land. Waarbij mensen gewoon via het lezen en bekijken van foto's van proeven die ik hier deed in mijn eigen tuin, dat konden herhalen om dus ook planten tot ontwikkeling te laten komen.

En het eerste wat daar gebeurd is, is dus, dat terwijl ik hier op het terras buiten zat met mijn vrouw, het idee tot stand gekomen is: als ik de top van een plastieken fles afsnij, en ik vul die met grond, dan kan ik daar bovenop een plantje inzetten. Eens dat dat plantje aan het groeien is, en er dus weinig verdamping is, door het feit dat het een plastieken fles is: er is m.a.w. geen waterverlies via de zijkant. Alleen maar transpiratie van de bladeren. Plus het bovenste deeltje van de fles, dat open is, van waaruit water kan verdampen. Zodanig dat ik dus langere tijd water kon vasthouden om daarmee die planten beter te laten groeien.

Ik heb daarmee geweldig veel succes gehad. Ik was begonnen met een slaplantje, dan met een selder, enz. Tenslotte ook met boompjes. Zodanig dat ik kon aantonen dat men planten kon opkweken tot op een bepaalde grootte in flessen, én ze dan op het terrein kon gaan uitzetten.

Mijn bedoeling was dus om te zeggen: “Mensen, jullie moeten niet, zoals veel gebeurde in die droge streken, in een open veld planten gaan uitzetten, waarbij je voortdurend moet sproeien.” Waarbij het water in de grond wegloopt of verdampt door de zon. “Kweek de planten eerst in containers en zet ze dan uit.“

Ik heb daar heel veel foto's van zien passeren. Van al die demo's. Ik herinner mij nog een toepassing op pallets en zo, waarop de flessen werden vastgemaakt.

Dus die methode is inderdaad stilaan gaan groeien: "CONTAINER GARDENING AND VERTICAL GARDENING”. Daar heb ik dus een Facebookgroep voor opgericht.

Ik heb die dus opgericht in 2008. Als ik nu bijna aan een half miljoen volgers zit, 480.000 mensen die deze Facebookgroep volgen, dan durf ik gerust stellen dat dit een succes voor de hele wereld geworden is. Want ik heb volgers op alle mogelijke continenten.

"CONTAINER GARDENING AND VERTICAL GARDENING" is dus een geweldig succes.

Door het feit dat ik eigenlijk afkomstig ben uit de streek van Aalst, en dus hier in Lochristi ben komen wonen, kreeg ik van mijn vrienden van vroeger, uit mijn geboortedorp, heel veel reacties. "Ah, je woont nu in Lochristi: dat is het dorp van de Begonia en de Azalea."

Ja, er zijn hier heel wat kwekers inderdaad, maar als je rond rijdt in Lochristi, dan is dat echt een bloemengemeente. Er groeit hier van alles.

En dus heb ik een nieuwe Facebookgroep opgericht "LOCHRISTI BLOEIT".

Met uitnodiging aan de mensen van Lochristi, om hun foto's van bloeiende planten in hun tuinen op die Facebook groep te zetten. Zodanig dat we een overzicht krijgen van wat groeit en bloeit er nu allemaal? Daar heb ik bijna 2000 volgers op. Ik vind dat ook een succes.

Terwijl ik op mijn computer zat om dus dingen die binnenkwamen uit te selecteren, kreeg ik ineens een idee: “Hoe heb ik zelf mijn doctoraat gemaakt?

Ik heb een doctoraat gemaakt over huidmondjes, over stomata. En in onze tijd waren er nog geen computers. Dus wij moesten naar de bibliotheek gaan. Alle mogelijke tijdschriften over plantkunde uitnemen. Jaargang na jaargang nakijken wat er verschenen was over huidmondjes. En als je dan een artikel vond dat interessant was - er was wel een fotokopieertoestel, maar wij mochten dat niet gebruiken - dus wat moest je doen? “De abstract ervan overschrijven. Nota’s maken.” Ik heb kaften en kaften en kaften, met allemaal abstracts.

En uiteindelijk als je dan je doctoraat gaat schrijven, moet je al die abstracts die je geschreven terug lezen. “Wat kan ik daaruit gebruiken?

Om dat in een eigen tekst van een doctoraat te schrijven.

Ik heb daar durf ik gerust stellen maanden aan verloren, aan dat literatuur opzoekingswerk. Maar als ik nu via Google de term stomata intik, dan krijg ik direct alle publicaties die daarover gaan. Je klikt op de url. Je gaat daar naartoe. Je leest het abstract: “Oh, interessant.” Copy/paste en je zet het in je folder. Ik dacht: “Ja, maar nu doe ik zelf niks meer aan die uitmondjes, maar ik zou wel eens willen weten hoeveel mensen er wel nog op werken.”

En die werken daar zowel op in het vak van de anatomie en morfologie, waar ik in werkte, als in het vlak van de fysiologie. En van de biochemie. En van de genetica. Als ik daarmee begonnen ben, en dat is nu 4 jaar geleden, met een aparte Facebookgroep op te richten over stomata, waarbij ik alle mogelijke abstracts die over huidmondjes gaan daarin zet, dan moeten de mensen die nu over huidmondjes werken niet meer gaan zoeken in Google.

En moeten ze niet meer gaan lezen: “Welke abstracts zijn er verschijnen?” Want ze staan bij mij op mijn Facebook. En ik heb dus dagelijks tussen de 100 en de 150 mensen die komen kijken: “Wat is er verschenen op het vlak van de huidmondjes?

Dus heb ik het gevoel dat ik nu, per dag, een tijdswinst van een uur tot anderhalf uur aan de wetenschappers die over huidmondjes werken, aanbied. Want nu moeten ze niet meer zoeken noch surfen: het staat bij mij.

OK. Als we op die manier voortdoen, met kleine Facebookgroepen op te richten...

Zo blijf je natuurlijk druk bezig, amai! Daar zal wel veel tijd in kruipen.

Daar kruipt veel tijd in. De computer openen: wat is er van dit, wat is er van dat... Dus op die manier heb ik dagelijks mijn bezigheden.

Mijn plantotheek

Dat niet alleen, want... zoals je hier kunt zien hou ik mij nog steeds bezig met het kweken van plantjes. Op een bepaald ogenblik kreeg ik een aanbod van iemand die plantjes had. Dat is de siernetel of Coleus. Dus van de lipbloemenfamilie. En dat zijn planten die geweldig goed groeien in de zomer. Dat worden echt struiken. Die hebben ook veel UV nodig. Maar in de winter verslappen die dus. Maar zoals je kan zien: als je daar een stekje van afneemt en je zet dat in proefbuisjes - is pas gebeurd nu - dan komen daar wortels aan. Dan kan je dat in potjes zetten. Enzovoort.

Wat doe ik daar nu mee?

Normaal ginds vooraan op mijn oprit zet ik 2 tafels. En al die stekjes ga ik oppotten. In kleine potjes. Ik zet al die potjes op die tafels. En mensen mogen die gratis meenemen. Dat betekent wandelaars, fietsers, mensen die stoppen met hun auto: die kunnen plantjes meenemen. Die kweken hun plantjes verder op. Gaan ook stekjes nemen en dus in Lochristi en omgeving verspreiden zich nu kwekers van die Coleus.

Dit is nu een groene met roze vlek in het midden, maar er zijn 700 tot 800 verschillende kleurvariëteiten van die bladeren. Dan je kan je voorstellen wat er nu gebeurt: “Ach, heb jij die bruine of heb jij die gele? Gaan we uitwisselen?

Er ontstaat een echte bezigheid.

En dat komt terecht op "Lochristi bloeit", de Facebookgroep?

Neen. Dat noem ik dan mijn plantotheek. In plaats van een bibliotheek: mijn plantotheek. En dus heb ik een Facebookgroep "plantotheek", waarbij ik foto's van datgene wat ik op de tafel zet daarop zet. Zodanig dat de mensen weten: ah, er staan nieuwe plantjes. En dan komen de mensen kijken.

Daar staan flessen van water, met nu flink uitgegroeide druifhyacintjes. Dat waren die kleine groene plantjes die je daaronder ziet staan. Die zijn beginnen bloeien. Onderaan gewoon wat grond. Die blijft vochtig. De fles is op éénderde van onderaan afgesneden, maar ik laat 2 cm van de fles niet doorgesneden. Zodanig dat ik dat ik dus de top kan omslaan. Je kan dat potje vullen met grond. Je kan er een plantje inzetten. Je klikt het terug dicht. Een stukje plakband om de fles gesloten te houden. Water vanuit die grond verdampt, gaat bovenaan druppeltjes vormen. Die druppeltjes lopen weer naar beneden. Je krijgt dus een recyclage van water.

En zoals je ziet, kijk in die tweede fles: daar zijn al die scheutjes al gaan uitlopen. De bloempjes zitten nu bovenaan tegen de stoppen. Goed, die flessen zet ik normaal nu al buiten, maar door de vorst ga ik dat dus niet doen. Nu zet ik dus op mijn plantotheek, dat ik druifhyacintjes in flessen heb. En mensen die interesseert zijn komen binnen. In plaats van ze op de tafel te vinden, mogen ze hier een fles komen halen.

Een nieuwe methode om dus mensen ertoe aan te zetten, van dus ook bv. in flessen op die manier jonge plantjes op te kweken, tot zo groot genoeg zijn om er weer mee in grotere potten te gaan werken.

En wie zijn zo de mensen, die dan langskomen?

Plantenliefhebbers. Jong en oud. Van Lochristi en omgeving. Ik krijg hier allerlei bezoekers.

En zoals je ziet: daarachter staan dan weer van die proefbuisjes met allerlei stekjes daarin.

Stekjes van struiken. Stekjes van die pannenkoekplantjes. Enzoverder. Op die manier kweek ik dus planten, die ik hier gratis verspreid in de omgeving. Via de plantotheek.

De geboorte van TerraCottem

Een andere vraag professor, met al uw volgers en zo, vermoed ik dat heel veel mensen weten wie professor Van Cotthem is. Maar voor iemand die u niet kent: hoe zou u uzelf voorstellen aan leken?

Het eerste wat je zegt natuurlijk is: ik ben een plankundige.

Een botanicus.

Een botanicus, ja.

"Ach ja, maar dan ken jij veel van planten?" Ja, maar bij mijn studies in de plantkunde heb ik mij vooral bezig gehouden met de anatomie. Dus de inwendige bouw van planten. En met de morfologie, de uitwendige vormen van planten. En minder met de systematiek. Minder met "Hoe heet die plant? Tot welke familie behoort die plant?" Daar had ik minder interesse voor.

Maar hoe zijn planten gebouwd? Hoe leven planten? Wat voor soorten wortels hebben planten? Waarom is dat zo?

Van waar de stap naar, als ik daar jaren mee bezig was, en het probleem zich voordeed van mensen die sterven van honger, in de droge streken, dat mijn belangstelling gegroeid is naar: “Kunnen we niet iets ontwikkelen, waarbij we voedsel kunnen laten kweken ook een droge streken?

Spoedig groeide het idee, dat als we gewone polymeren in zand zouden mengen, en planten of zaden daarin planten, dat we daarmee misschien wel de wegstuivende duinen konden vastleggen.

En ben ik proeven gaan doen op de Belgische kust. In Koksijde. En in Oostduinkerke.

Ik herinner mij daar foto's van alleszins, ja.

En inderdaad, als je daar dat mengsel van polymeren inwerkte en inzaaide, kreeg je een grasmat. Of een mat met duinhelm, een typische duinplant.

Dus dat was op weg om bekendheid te verwerven. En ik kreeg artikels in allerlei dagbladen. En op een bepaalde ogenblik komt er een assistent van de afdeling biochemie bij mij.

Hij zegt: "Ik heb een vraagje voor u. Een goede vriend van mij, een goede kennis, heeft een groot probleem op een terrein in Spanje. Die heeft daar een groot vijver laten aanleggen, met een dam. En de bedoeling was dat dat water kristalhelder zo zijn. Want dan zou hij met zijn familie, vrienden en kennissen daar kunnen gaan zwemmen en bootje varen. Maar dat water, dat is melkwit geworden!"

Melkwit?!

"Hij heeft aan een Engelse firma gevraagd om daar een oplossing voor te vinden. Die Engelse firma vraagt iets van een half miljoen om dat te doen... En die man zegt tegen mij: “Kent ge niemand op de universiteit, die met waterproblemen bezig is?" En ik heb dat artikel gelezen in de Standaard waarbij jij regenwater vasthoudt. Zou je niet eens naar Spanje willen gaan om naar dat water te gaan kijken? Die man betaalt ook uw verblijf en vliegtuig."

Dus ik daar naartoe.

"Dag meneer, ik ben Bernard Devos."

Hallo, ik ben Wim Van Cotthem.

"Ach, kom eens kijken naar onze vijver..."

Met de auto er rond gereden: melkwit!

"Zou je die melkkleur kunnen wegkrijgen?"

Ik antwoord: "Ik zou eerst willen weten waar die melkkleur vandaag komt?"

"Ik denk dat ik het weet. Want ik heb hier een flank, die we afgegraven hebben. En dat is met een soort klei. En die klei is wit. En als het regent, spoelt dat wit van die klei in de vijver".

Een soort sedimentatie dus.

Dus ik daar naartoe, naar die flank. Eens gaan kijken naar die klei.

Ik zeg: "Ja, Bernard, maar dit is montmorilloniet. En montmorilloniet is een oplosbare klei. Zolang je hier montmorilloniet hebt, ga je wit water hebben.”

"Moet ik dat afgraven?", vraagt hij. "Maar wie weet hoe diep dat die montmorilloniet zit..."

Ik zag daar geen oplossing in. Maar ik weet wel een andere oplossing. Leg daar een laagje grond over. En meng daar polymeren in. Bezaai en beplant dat. Eenmaal dat met planten volgroeid zal zijn, kan die montmorilloniet niet meer uitsijpelen.

"Wat zijn dat voor kristallen waar jij over spreekt?", vraagt hij.

Ik leg uit dat we daarmee proeven aan het doen zijn op de kust en zo. Maar we hebben een groep waarmee we die proeven opgezet hebben. Nu zit dat in handen van de universiteit. Ik kan dat systeem niet gewoon aan u overdragen, want al het onderzoek dat wij doen op de universiteit is nu eenmaal van de universiteit.

"Zouden we niet kunnen samenwerken met universiteit? Dan ga ik met de korrels beginnen werken en dan krijgt de universiteit, als we die korrels kunnen verkopen, dan krijgt de universiteit per jaar zoveel percent op de verkoop."

Dat moet je met de universiteit afspreken.

Bernard gaat naar de universiteit en maakt een akkoord: dat hij de "vondsten" noemden ze dat, de uitvinding nog niet, dat hij de vondsten van Wim Van Cotthem mocht gebruiken. En als dat succes had en hij kon zo'n mengsel van polymeren verkopen, dat de universiteit daar geld voor kreeg. En dat werd dan gestort in het patrimonium van de universiteit.

Dat heeft enkele jaren zo gelopen.

Waar we ondertussen, maar dat hadden we al ondervonden ook, door proeven die we in Senegal gedaan hadden, dat er dus ook meststoffen aan toegevoegd moesten worden, bij die polymeren. En ik had al een ideetje over die groeistimulatoren....

En dus kwam er zogezegd een nieuw product op de markt. En dat was een mengsel van polymeren, met meststoffen en groeistimulatoren.

En dat moest een naam krijgen, he. En dan werd in alle richting gezocht: green, plant, terra, ... In alle richtingen: en iedere keer dat we een goeie naam vonden en verder gingen zoeken, bleek die gepatenteerd. Ik weet niet meer wie het zei: "ik weet een naam die niet gepatenteerd is: TerraCottem!"

TerraCottem? Nee, hoor. Want ik ga alle collega's van de universiteit op mijn nek krijgen. "Wat denkt hij wel? Zijn naam geven aan iets".

Dus ik kom die avond naar huis. Ik zit hier wat te praten met Elfride. Ik zeg: "Nu willen ze daar TerraCottem van maken. Ik voel daar niks voor."

"Je moet dat doen", zegt ze. “Als je een televisietoestel gaat kopen, en je koopt een Philips, denk jij dan aan Mr. Philips die dat ooit ontwikkelt heeft? Nee, dat is een Philips dat je koopt, zoals je een TerraCottem kunt kopen. Je koopt geen Cotthem, maar TerraCottem".

Als jij dat vindt, dan gaan we dat doen. Daar is dus TerraCottem ontstaan.

Op een bepaald moment zei Bernard tegen mij: "Als we naar de universiteit gaan en ik bied aan de universiteit de aankoop, dan moeten ze geen jaren wachten om stukje bij stukje per stukje om op de verkoop een percentage te krijgen. Dan geef ik ineens een goeie som, en dan wordt TerraCottem van mij".

Ik heb die vergadering op de universiteit meegemaakt. Er was vanzelfsprekend discussie heen en weer. Tot de rector zei: "Voor mij is het goed". Er werd met Bernard een akkoord gesloten.

Bernard stelde ook de voorwaarde, dat als ik nieuwe dingen vond m.b.t. TerraCottem, die niet aan andere partijen konden worden doorgespeeld. Dat alle nieuwe vondsten ook voor Bernard waren. Dat sprak vanzelf. Ja, dus dat akkoord werd gesloten. Het document opgemaakt en ondertekend. De universiteit kreeg een flinke som geld, die in het patrimonium gestort werd.

En dat was dus het begin van de onafhankelijke firma TerraCottem.

Duidelijke demonstratieproeven

In al die jaren was het dus zo, dat door het feit dat ik voor het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking afgevaardigde was van België voor de wetenschappers, en ik dus gelegenheid kreeg om bij die internationale conventies - waar dus bijna 200 landen vertegenwoordigd waren - die daar naartoe kwamen, dat wij iedere keer kans kregen om daar ook een stand van TerraCottem te hebben. Wat veel heeft bijgedragen tot het bekend maken.

Als we dus probeerden om in een bepaald land toch TerraCottem op de markt te brengen, moesten we dat dus doen door eerst bewijzen te gaan leveren van het lukt bij ons.

Senegal, Guinea, Mali, Israël, Libanon, enzoverder, enzoverder. China: een 5jaar project in China. Enzoverder.

La Potion Magique

En toen een proef was opgezet in Burkina Faso, waarbij ik bomen geplant had in plantputten van 30 op 30, en die bomen fantastisch gegroeid waren - de putten gemengd met TerraCottem - bomen gegroeid tot en met! Als ik in de vakantie naar die plaats ging, lagen al die bomen plat.

Wat was er gebeurd?

In die put zat TerraCottem, maar buiten de put was de grond droog. Die wortels weigerden om in die droge grond te groeien. De wortels bleven in de plantput. Ze begonnen het typische "bloempoteffect" te krijgen: ze begonnen rond te draaien. Dus die wortels hadden zich ontwikkelt tot een soort kluwen. Maar daar stond een boom op van 2 - 2.5m. Pats. En die werd door de wind omver geblazen. Want die plantput van 30cm was niet breed genoeg en die wortels waren niet uitgelopen.

En toen is het idee gekomen: hoe kan ik die wortels stimuleren om toch in die droge grond te gaan? "La Potion Magique."

Mooie herinneringen

En volg je nu nog het wel en wee van TerraCottem?

Ja, natuurlijk. TerraCottem blijft mijn baby.

Je hebt dus veel gereisd voor TerraCottem. Zijn er bepaalde reizen die u bijgebleven zijn?

Mijn schoonste herinneringen gaan toch wel naar die 5 jaren in China. Daar zijn echt magnifieke dingen tot stand gekomen... ja. Die Chinezen hadden een heel speciaal systeem.

Die maakten muren van klei van een meter dik. Kleimuren, een meter dik. En ze zetten daar bamboe- of houtstokken aan, gebogen. En over die stokken legden ze plastic.

Door die plastic schijnt de zon. De muur is georiënteerd op het zuiden. De zon warmt die muur op. En in de winter is het buiten -16°C, want dat was op het plateau, het Gobiwoestijnplateau: -16°C zelf gemeten! En de muur zelf, als je daar met een thermometer tegen ging: +22°C. De warmte zo goed vastgehouden. +22°C! Die muur die straalde de hitte van de zomer uit. En de serre werd verwarmd in de winter door die muur. En in de serre was het +12°C of zoiets. 12°C! Dat was echt fenomenaal.

En wat werd er dan gekweekt? Groenten?

Ja, groenten. Eerst zonder TerraCottem... een zandgrond... Ze moesten zoveel water gieten, zelfs sneeuw smelten. Want er was geen water. Sneeuw smelten en dat smeltwater in de serres gieten, elke dag. Dat water liep gewoon weg of verdampte. Maar met TerraCottem was dat fenomenaal. Dat was heel mooi.

Een heel speciaal procédé precies.

Ja. 15.... wacht... 15 serres in 5 verschillende dorpen.

Dat was het aanbod, ja. Dat was mooi.

Maar reizen met zo'n goed doel dat je telkens hebt... Ja, al die reizen zijn mooi. Allemaal. Omdat je weet: we gaan succes boeken en mensen opnieuw hoop brengt op een beter leven.

Zijn er nog mensen met wie je in contact bent na al die reizen? Via de computer of zo?

Zolang ik betrokken was bij de conventie voor desertificatie zag ik die met regelmaat. Want automatisch, als je dus in zo'n land een demonstratieproject wil opzetten, moet je eerst met een aantal autoriteiten gaan spreken. En ja, sedert 2006 dus niet meer.

Maar wie mij nog altijd contacteert zijn de zoon en de dochter van de burgermeester van het dorpje Niou in Burkina Faso. Waar we dat project met het Comité van Maastricht opgezet hebben.

Dat had ook zo'n mooie naam... Wat was de naam van dat project nu alweer?

Le Bois de l'Amitié.

Met die mensen heb je nog steeds contact?

Die schrijven mij nog regelmatig, ja.

Maar dat bos moet ook nog bestaan dan?

Dat is een fenomenaal bos geworden. Ik heb daar nog foto's van.

De laatste foto's, dat is ook alweer vele jaren geleden, waarbij dus de zoon van de burgemeester in dat bos loopt met mijn bomen die drie keer zo hoog waren al. Le Bois de l'Amitié. bestaat nog altijd, ja.

Wat ook nog altijd mooi is, is Le Bois de la Fraternité, in Arbolé. Arbolé was een dorpje, een goede 20km voorbij Niou. En daar hebben we een project gedaan met een Canadese coöperatie. Die waren daar ontwikkelingswerk aan het doen. Toen wij daar aankwamen en zeiden dat we bomen kwamen planten, zeiden die Canadezen dat ze wouden meewerken.

En dat bos, Le Bois de la Fraternité, dat is ook nog steeds een schitterende groene vlek.

Daar stond dus niks, he! Een kale vlakte. "Un glacie" noemen ze dat in het Frans. Dat is dus klei, die afgeschuurd is door de wind. Wat dus een vlakke laag geworden is. En op die "glacie" konden we dus plantputten maken. Dat was in 1988. Dat was samen met Le Bois de l'Amitié. In '88 hebben we Arbolé gedaan. Een aantal bomen zonder TerraCottem, een aantal bomen met 50gram en een aantal met 100gram. In december '88 zijn we daar gaan opmeten: daar hebben we mooie foto's van.

En dan de jaren nadien telkens terug gegaan. Ook als we naar Le Bois de l'Amitié gingen kijken, gingen we daar natuurlijk ook kijken.

Daar heb ik nog die foto's van, die je waarschijnlijk ook al gezien hebt, waar ik met mijn armen open sta voor zo'n boom of struik. Bij acacias's...

Ja, inderdaad.

Dat is een mooi project: Le Bois de la Fraternité.

Dat was nog op de universiteit dan?

Ja, in '88...

Dan in 1990 of '91, heb ik onlangs nog een foto van gepubliceerd op mijn Facebook: Napalgé, het dorpje Napalgé.

In welk land professor, ook Burkina Faso?

Ja, ook Burkina Faso.

In Napalgé was er een grote aardeweg, aangelegd door de Fransen toen Burkina Faso nog een kolonie was. Aan beide kanten van die weg hadden ze grote bomen geplant. Die waren misschien wel 10m hoog. Dat was een soort "piste" zal ik maar zeggen, een aardeweg met aan beide kanten hoge bomen. En toen vroeg het gemeentebestuur van het dorpje Napalgé ons, of we niet tussen die bomen in struiken konden planten. Om die aardeweg te beschermen. En daar heb ik dan die struiken geplant tussen die bomen. Die foto die ik nu onlangs op mijn Facebook heb gezet, is nog met die struiken die uitgegroeid waren. Een soort groen gordijn.

Hoe heette dat nu weer…: Le Bois de l'Union.

En van waar de link met Burkina Faso? Waar komt die vandaan?

Via het comité Maastricht-Niou.

In Maastricht hebben ze daar, als katholieke stad zijnde, de Halfvasten en een Halfvastenactie. Bij de Halfvastenactie in Maastricht werd er geld ingezameld en dat moest besteed worden aan een ontwikkelingsproject.

De burgemeester van de hoofdstad Ouagadougou was van Niou afkomstig. En die burgemeester kreeg van de stad Maastricht de vraag of er een project kon opgezet worden in Burkina Faso. Die burgemeester zei: "Ja, je kan dat doen in mijn geboortedorp: Niou".

Het comité in Maastricht maakte plannen om in het dorp Niou bomen te gaan planten.

Welke bomen?” Ze zouden jonge populieren meenemen... haha...

De huidige bekende orkestleider André Rieu was lid van dat comité en werd op radio Hasselt geïnterviewd. Waarbij hij vertelde dat zij van comité Maastricht een project gingen opzetten in Burkina Faso: "Wij gaan daar bomen planten".

Elfride, mijn vrouw, zit in de auto met de radio aan. Ze hoort de toenmalige jonge Andre Rieu verklaren dat ze dus bomen gaan planten in Burkina Faso. Ze zegt tegen mij: "Wim, zou dat niet interessant zijn om die mensen te verwittigen dat ze TerraCottem kunnen gebruiken?"

Ik zeg: "Vraag eens hoe we met André Rieu in contact kunnen komen."

Ze belt naar Radio Hasselt en krijgt het telefoonnummer van André Rieu. Ze belt naar André Rieu.

André Rieu zegt: "Ja, maar ik ben maar lid van het comité. Ik zal het aan de voorzitter zeggen."

Hij ontmoet de voorzitter en zegt: "In Gent is daar een professor, en die heeft een product ontwikkelt waarbij bomen in droge streken als zot beginnen te groeien. Daar moet je contact mee opnemen."

Die voorzitter belt mij op de universiteit op: "Zou ik even op bezoek mogen komen?"

Ja, natuurlijk.

De dag nadien stond hij daar. Sjef Vink is zijn naam.

Hij vertelt over het comité, wat ze doen, etc. "Weet je wat?", zegt hij. "Zou je eens naar een vergadering willen komen van ons comité? Dan kan je komen uitleggen uw systeem is, want wij zijn sterk geïnteresseerd: onze bomen moeten kunnen groeien."

Ja, dus ik naar Maastricht, naar die comité vergadering.

Hoe gingen ze het nu doen?

André Rieu zou met zijn orkest een galaoptreden geven. En alle bezoekers van dat concert zouden 10 gulden betalen. En dat heette toen "een tientje voor een boom". Die zaal, dat was de conferentiezaal waar ook het verdrag van Maastricht getekend is. Het Europees Verdrag van Maastricht. Grote zaal, speciale gebouwd voor dat verdrag. Hij geeft dat concert in die zaal en die zaal loopt vol. En al die mensen geven 10 gulden. En met dat geld konden ze dus TerraCottem en bomen kopen.

En dus zijn we in juli '88 naar ginder gegaan. De lokale bevolking plantputten laten maken. En dat deden ze. Dat was in lateriet! Ijzerhoudend gesteente. Keihard. Kappen en putten maken. Al die putten gemaakt door de bevolking. Die kregen een vergoeding daarvoor.

De grond mengen met TerraCottem en boompjes planten. Dat is dan Le Bois de l'Amitié geworden. Een heel mooi verhaal! Via André Rieu.

3-in-1

Van alle planten waarmee je ooit in contact bent gekomen: Wat is uw lievelingsplant?

Mijn lievelingsplant is de wilg.

Oké. Heel toevallig heeft er dat onlangs ook iemand geantwoord. En waarom de wilg?

Omdat je wilgen overal kan planten.

Ik zeg heel dikwijls tegen de mensen: "Waarom ga je beuken planten die hier niet thuishoren?"

Beuken horen thuis boven de 500 meter. Dat is een specifieke plant boven de 500m. In Europa natuurlijk. En dat nog op kleihoudende grond, want een beuk heeft veel water nodig. “Dus waarom gaat men beuken planten? Waarom gaat men eiken planten, die zoveel tijd vragen om volwassen te geraken?

Zorg er eerst voor dat je overal waar mogelijk is, groene struiken of bomen krijgt. En plant dan tussen de bestaande vegetatie in, want je hebt dan al een laag die vochtig is. Door de verdamping van de bladeren krijg je dus een vochtige laag over de grond, waarin de jonge aangeplante bomen beter groeien. Zorg er eerst voor dat je struikgewas krijgt, met jonge wilgen die ook nog eens goedkoop zijn. Want je moet alleen een tak afsnijden en in de grond steken. Je moet geen kosten gaan doen om iets groen te maken.

Daarom wilgen. Maar ook liguster, de struiken. Takje afsnijden en in de grond steken. En je krijgt een ligusterstruik.

Mijn systeem dat ik uitgewerkt had, was: een boom, gelijk dewelke. Daarnaast een wilgentak.

Daarnaast kardinaalsmuts, met die gele blaadjes daar. Een jonge boom, gelijk dewelke. Een wilgentak ernaast. En een stekje van de kardinaalsmuts. In een fles laten bewortelen. Samen, alle drie.

En alle drie dan in de plantput. De wilg gaat onmiddellijk wortelen. De boom traag. Maar als de wilg wortelt, houdt hij ook doorsijpelend water vast in de grond. En geeft ook dat water aan de wortels van de boom ernaast. En de kardinaalsmuts... Dus de wilg groeit uit tot een heester (en een heester is 3 tot 4 meter hoog). En de kardinaalsmuts is een struik en wordt maar hoogstens 2 meter. Dus krijg je een boom die er boven staat. Een heester, de wilg. En een struik, de kardinaalsmuts. Op één plaats.

Met dezelfde actie krijg je drie verschillende dingen:

  1. De kardinaalsmuts geeft aan vogels bessen.
  2. Liguster geeft aan vogels nestgelegenheid. Dus als je geen kardinaalsmuts gebruikt, maar liguster: die geeft ook nestgelegenheid. Plus bessen, die zwarte besjes die op de liguster komen. De wilg: bijen. Vlinders. Alle mogelijke insecten als de wilg in bloei is.
  3. En ondertussen groeit de boom.

Ge kunt het doen door alles in 1 plantput te steken.

Ik ga dat eens uitproberen, denk ik.

Makkelijk te doen. Je pakt gewoon een fles. Zorg er altijd voor dat als je de fles helemaal opvult met grond, dat je 2 of 3cm boven de bodem twee gaatjes maakt. Want als het regent loopt de fles vol en zijn de wortels kapot. Maar als er twee gaatjes zijn heb je draineergaatjes.

En dan hou je 2 of 3 cm water beneden. Je vult op met grond, je maakt twee gaatjes. En je plant het boompje en de heester en de struik samen. Je laat volledig wortelen.

En met planten bedoel je een stekje?

Een stekje van een wilg, van een liguster en van een kardinaalsmuts. En een jong boompje. Als je buiten in mijn tuin gaat kijken, zie je daar eikels die gevallen zijn. Er staan daar jonge eikjes. Je graaft zo'n eikje uit. En je plant dat eikje. Eender wat. Als je ergens een jong scheutje van een boompje ziet staan, je graaft het uit. Het heeft wat wortels. Je plant het in die fles. En je steekt er een wilgje en een ligustertje bij. Je laat alles wortelen, tot echt alles geworteld is. Dan snij je de fles kapot en je plant, met wortel en al, in de grond. Plop! Alles groeit.

OK. Goeie tip om uit te proberen...

En natuurlijk met TerraCottem in de grond! Hihi.

Goede raad, ok! Ik dank u voor uw tijd, professor. Ik zie dat u nog altijd evenveel vuur hebt!

Ja, dat gaat nooit weg jongen. Haha.

Ken je iemand die dit artikel ook graag zou lezen?
Deel gerust:

Wil je meer weten over onze geschiedenis?

Lees hier ons uniek verhaal.

Wil je graag meer informatie over de TerraCottem bodemverbeteringstechnologie?

Contacteer ons